Struikelstenen | Bilderdijklaan 68

Bilderdijklaan 68



Stolpersteine geplaatst op 21 mei 2026

Naam Geboren Omgekomen
Bamberg, Salomon Amsterdam, 15.05.1863 Auschwitz, 26.02.1943
Bamberg-Grootkerk, Hanna Leeuwarden, 11.09.1873 Auschwitz, 26.02.1943

 

Salomon, ook wel Charles genoemd, Bamberg was een telg uit een geslacht van befaamde goochelaars en variétéartiesten. Net als zijn vader Magnus was hij toneelkapper en grimeur. Charles Bamberg was een bekend figuur in zowel het beroeps,- als het amateurtoneel. In 1930 vierde hij zijn vijftigjarig jubileum en ook op vijfenzeventigjarige leeftijd was hij nog altijd actief als toneelkapper en grimeur.

In 1888 trouwde hij op vijfentwintigjarige leeftijd in Rotterdam met Sientje Cantor (1865-1912). Samen kregen zij vijf kinderen, van wie er drie de volwassen leeftijd bereikten.

Een jaar na het overlijden van Sientje hertrouwde hij met Hanna Grootkerk. Hij was toen vijftig jaar oud en zij veertig.

Hanna Grootkerk was een dochter van de koopman Hartog Grootkerk en Judigje van der Woude. Zij was tot dan werkzaam geweest als huishoudster bij verschillende families in Den Haag en Zutphen.

Vlak voor het uitbreken van de oorlog verhuisde het echtpaar Bamberg-Grootkerk in 1939 vanuit Rotterdam naar Rijswijk, waar zij aan de Bilderdijklaan 68 gingen wonen.

Hoewel dit niet met zekerheid kan worden vastgesteld, lijkt het erop dat het echtpaar vanuit Rijswijk naar Voorburg vertrok. Deze verhuizing werd echter niet officieel geregistreerd. Wel werden zij op dezelfde dag in Westerbork geregistreerd als de Voorburgse familie Weijl en enkele van hun pensiongasten.

Op de kaarten uit de cartotheek van de Joodse Raad van het echtpaar Bamberg-Grootkerk, de familie Weijl, het echtpaar Vos-Friedlander en Edelina Wessel-Redlich stond hetzelfde adres vermeld: Westeinde 95, Den Haag (en niet Voorburg). Voor allen werd 19 februari 1943 als registratiedatum in Westerbork genoteerd. Salomon en Hanna werden daar echter in verschillende barakken ondergebracht. Salomon Bamberg verbleef in barak 83, terwijl Hanna Bamberg-Grootkerk in barak 84 werd ondergebracht.

Op 23 februari 1943 werden Salomon en Hanna Bamberg-Grootkerk samen met de familie Weijl op transport gesteld naar Auschwitz. Zij werden allen direct na aankomst vermoord.

Salomons oudste dochter, Henriëtte, was gescheiden van haar eerste echtgenoot, die niet-Joods was en met wie zij drie kinderen had. In 1941 hertrouwde zij met een Joodse man, die eveneens drie kinderen had. Henriëtte, haar tweede echtgenoot en diens drie kinderen kwamen tijdens de oorlog om. Alleen haar eerste echtgenoot en de drie kinderen uit haar eerste huwelijk bleven in leven.

Ook de jongste dochter, Josephina, haar echtgenoot en hun dochter kwamen tijdens de oorlog om

Zoon Magnus daarentegen overleefde de oorlog samen met zijn vrouw en kinderen. Na de oorlog trad hij op als bewindvoerder over zijn ouders. Uit het beheersdossier blijkt dat het echtpaar Bamberg-Grootkerk een aantal juwelen en een bedrag van f. 1.900,- in bewaring had gegeven bij notaris Vink.

 

 





Achter elke steen schuilt een verhaal