Struikelstenen | Caan van Necklaan 38

Caan van Necklaan 38



Stolpersteine geplaatst op 3 september 2026

Naam Geboren Omgekomen
Swaan, Simon Den Haag, 05.08.1887 Auschwitz, 23.04.1943
Swaan-Velleman, Johanna Amsterdam, 24.10.1895 Auschwitz, 23.04.1943

 

Simon Swaan werd in 1887 in Den Haag geboren als het zesde kind van Nathan Swaan en Helena Bloemkoper. Zijn familie had een vleesgrossierderij. Na het overlijden van zijn vader in 1921 zette Simon samen met zijn oudere broer Barend het familiebedrijf in Rijswijk voort. Enkele jaren later begon Simon voor zichzelf.

In 1926 verhuisde zijn moeder Helena met haar nog thuiswonende kinderen naar de Celebesstraat in Den Haag. Ook Simon stond daar met zijn bedrijf ingeschreven.

Twee maanden na het overlijden van zijn moeder trouwde Simon in februari 1928, op 42-jarige leeftijd, met Johanna Velleman. Johanna was een dochter van Machiel Velleman, een ijzerwarenhandelaar, en Alida Boas. Het echtpaar ging wonen aan het Hofwijckplein in Den Haag.

Simon bleef werkzaam als vleesgrossier. In 1934 kreeg hij een plaats en een koelcel in de Nieuwe Vleeschhal in Den Haag. Simon en Johanna kregen geen kinderen.

In februari 1941 verhuisden zij naar de Caan van Necklaan 38 in Rijswijk. Waarom zij verhuisden, is niet bekend. In dezelfde periode werd Simons bedrijf als gevolg van de maatregelen van de Duitse bezetter overgenomen en vervolgens geliquideerd. Daarmee verloor hij niet alleen zijn bedrijf, maar ook een belangrijke bron van inkomsten.

Op 2 november 1942 verzegelde de politie de woning van Simon en Johanna in Rijswijk. Het echtpaar was vertrokken, met een onbekende bestemming.

Uit de registratie van Kamp Westerbork en de adreskaarten blijkt dat Simon en Johanna begin 1943 verbleven in het Joods Pension Koster aan de Huygensstraat in Den Haag.

Op 6 maart 1943 werd Simon geregistreerd in Kamp Westerbork en ondergebracht in barak 82, een ziekenbarak. Van Johanna is de exacte registratiedatum niet bekend, maar ook zij kwam terecht in een ziekenbarak, barak 81. Dat beiden in een ziekenbarak werden ondergebracht, doet vermoeden dat hun gezondheid op dat moment al kwetsbaar was. Uit het beheersdossier blijkt bovendien dat er schulden openstonden bij de gemeenten Den Haag en Rijswijk voor gemaakte ziekenhuiskosten.

Op 20 april 1943 werden Simon en Johanna samen op transport gesteld naar Sobibor.

Drie dagen later werden zij daar, direct na aankomst, vermoord.

Hun huwelijk had bijna veertien jaar geduurd.

 

Simon en Jo 





Achter elke steen schuilt een verhaal