
| Naam | Geboren | Omgekomen |
|
Polak, Hans |
Nijmegen, 02.04.1916 |
Dachau, 20.02.1945 |
|
Polak-Kupferschmidt, Anna Sara |
Keulen (D), 24.09.1914 |
Amstelveen, 11.12.2001 |
Hans Polak werd geboren in Nijmegen als een van de acht kinderen in het gezin van rabijn Mozes Polak (1871–1925) en Goldina Polak-van der Hove (1873–1943). Hij studeerde elektrotechniek aan de Technische Hogeschool in Delft en voltooide zijn studie door in het geheim zijn laatste tentamens bij professoren af te leggen.
Hans trouwde op 15 november 1939 met Anna Sara Kupferschmidt, later vooral Annetje genoemd. Zij werd geboren op 24 september 1914 in Keulen als dochter van Moses Lazor Kupferschmidt (1888–1943), fotohandelaar, en Lina Weichselbaum (1888–1926). Zij was van Joods-Poolse afkomst en kwam in 1918 met haar ouders en broers en zussen naar Nederland. Annetje werkte als montessorikleuterleidster. Het echtpaar Polak-Kupferschmidt woonde in Den Haag aan de Leyweg, waar in november 1941 hun dochter Chaja werd geboren.
Al voor de oorlog waren Hans en Annetje actief in zionistische, linkse en antifascistische kringen. Tijdens de Duitse bezetting raakten zij betrokken bij het verzet. Hans Polak werkte voor de Communistische Partij Nederland (CPN), onder meer voor het illegale verzetsblad De Waarheid.
In augustus 1942 ontvingen zij een oproep voor deportatie. Zij besloten hieraan geen gehoor te geven en doken onder in Den Haag. Toen zij hun eerste onderduikadres na enkele maanden moest worden verlaten vanwege evacuatie van de wijk, vonden zij eind 1942 een nieuw onderkomen bij het bevriende echtpaar Kees en Tine Hos-de Leede aan de Cromvlietkade 58 in Rijswijk. Kees (C.P.H.) Hos was actief in het verzet en bood hulp aan Joodse onderduikers.
Op 24 april 1944 werd het onderduikadres verraden. Hans en Annetje werden gearresteerd, onder meer door de Haagse Jodenjager Krom, in samenwerking met andere Nederlandse collaborateurs en de Duitse Sicherheitsdienst. Tijdens de inval werden persoonlijke bezittingen van het echtpaar in beslag genomen, waaronder geld, kleding en sieraden.
Hun dochtertje Chaja wist aan arrestatie te ontkomen. Doordat zij blond haar en blauwe ogen had en in het trouwboekje van de familie Hos als hun kind stond ingeschreven, werd zij niet als Joods herkend. De arrestanten gingen er bovendien van uit dat het kind van Hans en Annetje een jongetje zou zijn. Met hulp van het verzet kon zij in veiligheid worden gebracht.
Na hun arrestatie werden Annetje en Hans via het zogenoemde Jodenreferaat aan de Mesdagstraat overgebracht naar de gevangenis in Scheveningen. Tijdens de verhoren werden zij zwaar mishandeld. Hans werd geslagen, geschopt en moest uitputtende kniebuigingen maken, waardoor hij zijn schoenen niet meer kon aantrekken en nauwelijks kon lopen. Ook Annetje werd hardhandig behandeld en vernederd. Daarbij moesten zij toezien hoe de ander werd mishandeld. De mishandelingen waren gericht op het verkrijgen van informatie, onder andere over de verblijfplaats van hun kind.
Annetje Polak-Kupferschmidt werd op 4 mei 1944 geregistreerd in Westerbork. Op 19 mei 1944 werd zij op transport gesteld naar Auschwitz, waar zij voor dwangarbeid werd geselecteerd. In januari 1945 moest zij mee op dodenmars en kwam zij terecht in Neustadt-Glewe, een buitenkamp van Ravensbrück, waar zij door het Rode Leger werd bevrijd. Na de bevrijding keerde Annetje, verzwakt door tyfus, terug naar Nederland, waar zij na veertien maanden haar dochter Chaja terugzag. Chaja had in de tussentijd op meerdere onderduikadressen verbleven en was uiteindelijk door de familie Hos weer opgenomen.
Hans Polak kwam op 12 juli 1944 aan in Westerbork, waar hij werd geplaatst in strafbarak 67. Op 3 september 1944 werd ook hij gedeporteerd naar Auschwitz en geselecteerd voor dwangarbeid. Na een dodenmars kwam hij terecht in Dachau, waar hij eind februari 1945 bezweek door honger en uitputting.
In 1946 trouwde Annetje met Cor Fels, een vriend van Hans, met wie zij nog twee kinderen kreeg. Zij bleef zich actief inzetten voor herinnering en gerechtigheid. Zo was zij medeoprichtster en bijna twintig jaar voorzitter van het Auschwitz Comité. In 1965 trad zij op als getuige tijdens het Tweede Auschwitzproces in Frankfurt. Annetje Polak-Fels-Kupferschmidt werd in 2001 begraven op de Joodse begraafplaats in Wassenaar.
Op 4 mei 2019 gaf Chaja Polak in het kader van het programma Open Joodse Huizen een lezing aan de Cromvlietkade in Rijswijk.
|
Hans Polak |
Chaja Polak |
Annetje Polak-Fels-Kupferschmidt |