Struikelstenen | Emmastraat 44

Emmastraat 44



Stolpersteine geplaatst op 25 september 2025

 

Naam Geboren  Omgekomen
Praagh, Aäron van Monster, 08.06.1890 Auschwitz, 22.10.1942
Praagh-Polak, Judith van Den Haag, 06.06.1888 Auschwitz, 22.10.1942
Praagh, Tonnie Aron van Rijswijk, 27.9.1917 Auschwitz, 03.07.1944

 

Emmastraat 44, 23 december 1916. Het pas getrouwde echtpaar Aäron van Praagh en Judith Polak betrekken hun eerste, pas gebouwde huis. Aäron, roepnaam Aron, 26 jaar oud en Judith Polak, die Jetje werd genoemd, twee jaar ouder. Beiden kwamen uit Den Haag en zouden de ouders worden van zoon Tonnie en dochter Mimi.

Aron komt mij voor als een ijverig man. Officieel was hij handelsagent en koopman, en wat het laatste betreft, vinden we hem als handelaar in tomatenpuree, maar ook in juwelen.

Aron zal sportief zijn geweest. Hij was lid van een voetbalclub die speelde op een veld in de buurt van de latere Emmastraat. Na een fusie werd hij secretaris van VUC en betaalde de nieuwe tribune op het veld in Voorburg. Ook was hij lid en secretaris van een comité dat probeerde de Olympische Spelen naar Amsterdam te halen, wat, zoals bekend, in 1928 werd gerealiseerd.

Zijn politieke interesse vinden we bij de Vrijheidsbond, een liberale partij, die in Rijswijk streed tegen het annexatieplan van Den Haag. Wrang is dat hij hier samenwerkte met Wouter van Eck, de latere kringleider van de Rijswijkse NSB.

Het gezin was liberaal-joods en kwam voor de gezindheid uit. Jetje nam het initiatief tot de “Vereeniging tot Bevordering van Joodsche Belangen te Rijswijk”, met als doelstelling Joodse kinderen godsdienstonderwijs te geven en in het algemeen de Joodse belangen te bevorderen. Zij was aanvankelijk de enige vrouw in het bestuur en haar initiatief werd zeer gewaardeerd.

Ook Aron was  vanuit zijn geloofsopvatting actief. Zo was hij lid van een comité dat de kennis van Joodse wetenschappen stimuleerde. Het bezoek aan huis van een bekende rabbijn die de doelstellingen nader toelichtte, haalde het landelijke Nieuw Israëlisch Weekblad.

 

het gezin van Praagh-Polak

 

Begin 1942 werd voorzichtigheid geboden. Veel leden van Arons familie die in Rijswijk woonden, werden weggevoerd. Jetje bracht bij voorbaat haar bontjas en de familiefoto’s  naar de uitgeverij van Kramers, op nummer 10.

1942 was ook het jaar dat hun zoon Tonnie actief werd in het verzet, samen met zijn verloofde Aafje Snaphaan, die later op nummer 38 woonde. Tonnie had geen Joods uiterlijk en viel als koerier dus niet zo op.

Begin 1943 doken Aron en Jetje onder in Delft, maar ook daar dreigde gevaar en in september vonden zij een nieuw onderdak in hun voormalige buurhuis, Emmastraat 46. Daar woonde het jonge gezin Van den Broek, dat het aandurfde Joden in huis te nemen. Het verblijf duurde kort: op 27 september klopte een vrouw aan, die onderdak zocht voor haar Joodse man. Het bleek verraad: zodra ze er zeker van was dat er Joden in huis waren, waarschuwde ze de Sicherheitsdienst, die allen arresteerde. De vijf Joden onder hen, Aron en Jetje van Praagh, Daniël Rafalowiz, Lidi Voorzanger en toevallige bezoeker Benjamin Knoop, werden uiteindelijk in Auschwitz vermoord.

Tonnie en Mimi van Praagh waren toen al niet meer thuis. Met Aafje zochten ze letterlijk een weg naar de vrijheid. De meisjes keerden uit Frankrijk naar Nederland terug, maar Tonnie reisde verder. Hij werd onderweg opgepakt en ook hij werd in Auschwitz vermoord.

Mimi werd later in Den Haag opgepakt, maar overleefde de oorlog in Bergen-Belsen, evenals Aafje. Kaal en ziek van tyfus keerde ze terug en ontdekte dat haar huis in de Emmastraat was leeggeroofd. Ondanks de levenslange fysieke gevolgen van het kampleven, bleef ze de positieve kanten boven al het leed zien. Rancune helpt een mens immers niet verder. In het jaar van haar overlijden, 1988, was haar motto nog: Ik heb 45 jaar cadeau gekregen.

Ruud Portier

 

Nabestaanden van Mimi van Praagh onthulden de struikelstenen voor hun familie aan de Emmastraat.

xx

 





Achter elke steen schuilt een verhaal