Struikelstenen | Geestbrugweg 116

Geestbrugweg 116



Stolpersteine geplaatst op 21 mei 2026

Naam Geboren Omgekomen
Koppels, Benjamin Den Haag, 26.04.1899 Polen, 31.03.1944
Koppels-Goslinski, Leentje Betje Groningen, 12.01.1900 Auschwitz, 27.08.1943
Koppels, Henri Venlo, 06.02.1927 Bergen-Belsen, 31.05.1945
Koppels, Simon Venlo, 30.09.1930 Auschwitz, 27.08.1943
Koppels, Elizabeth Lea Venlo, 03.03.1936 Auschwitz, 27.08.1943

 

In maart 1939 kwam de familie Koppels vanuit Den Haag aan de Geestbrugweg 116 wonen, in een toen pas opgeleverd appartementencomplex.

Het gezin bestond uit Benjamin Koppels en zijn vrouw Leentje Betje Koppels-Goslinski, samen met hun drie kinderen: Henri, Simon en Elizabeth Lea. Toen zij aan de Geestbrugweg kwamen wonen, was Henri ongeveer twaalf jaar oud, Simon ongeveer negen jaar en Elizabeth Lea nog maar een peuter van ongeveer drie jaar.

Henri was welp bij de Joodse scoutinggroep T.O.P. in Den Haag. Vader Benjamin Koppels was vleeshandelaar en stamde uit een Joodse slagersfamilie uit Maassluis. Hoewel zijn bedrijf niet was ingeschreven in het handelsregister, stond hij op het adres Geestbrugweg 116 wel vermeld met een vetsmelterij en vethandel.

Tijdens de oorlog dook het gezin onder in Leiden. Op 28 juli 1943 werden Leentje Betje en de drie kinderen gearresteerd op het adres Rapenburg 85. Uit het politierapport van Leiden blijkt dat de arrestatie werd uitgevoerd door de Haagse politierechercheur K.J. Leseman, een beruchte en later als zodanig erkende Jodenjager.

In hetzelfde rapport staat vermeld dat vader Benjamin Koppels, die onder de valse naam Gooders leefde, wist te ontkomen. Tijdens zijn vlucht werd op hem geschoten en vermoedelijk raakte hij gewond.

Leentje Betje en de kinderen werden overgebracht naar het politiebureau in Den Haag en vervolgens opgesloten in het Oranjehotel. Op 31 juli 1943 werden zij geregistreerd in kamp Westerbork en ondergebracht in strafbarak 67. Op 24 augustus 1943 volgde hun deportatie naar Auschwitz, in goederenwagons. Daar werden Leentje Betje en de kinderen Simon en Elizabeth Lea direct na aankomst vermoord. De oudste zoon Henri werd geselecteerd voor dwangarbeid.

Van Benjamin Koppels is niet bekend waar hij na zijn vlucht onderdak vond. Wel is bekend dat hij op 6 oktober 1943 opnieuw werd gearresteerd en in het Oranjehotel werd geregistreerd. Drie dagen later werd hij overgebracht naar Westerbork, waar hij in een strafbarak werd geplaatst. Tien dagen later volgde zijn deportatie naar Auschwitz, waar ook hij voor dwangarbeid werd ingezet. Zijn vermoedelijke overlijdensdatum is 31 maart 1944, ergens in Polen.

Toen het Rode Leger Auschwitz in januari 1945 naderde, werden de gevangenen geëvacueerd en tijdens de zogenoemde dodenmarsen naar andere kampen gevoerd. Henri Koppels kwam uiteindelijk terecht in concentratiekamp Bergen-Belsen. Daar overleed hij op 31 mei 1945, ruim een maand na de bevrijding van het kamp door de Britten.

 

 





Achter elke steen schuilt een verhaal