Struikelstenen | Lindelaan 23

Lindelaan 23



Stolpersteine geplaatst op 17 oktober 2026

Naam Geboren Omgekomen
West, Antonie Veendam, 22.11.1887 Auschwitz, 13.11.1942
West, Bertha Roosje Rijswijk, 15.08.1922 Auschwitz, 15.11.1942
West, Roosje Rijswijk, 09.04.1925 Auschwitz, 13.11.1942

 

Mozes West (1859–1941), koopman, en zijn vrouw Bettje van der Wijk (1858–1924) woonden in Veendam. Vijf van hun zes kinderen werden daar geboren. Antonie was hun tweede zoon, Salomon was het jongste kind.

In 1921 trouwde Antonie West in Veendam met Hendelina Brommet. Antonie woonde destijds in Den Haag en was werkzaam als slager. Hendelina was eveneens in Veendam geboren. Zij was een dochter van koopman Hartoch Brommet (1849-1932) en Roosje Polak (1859-1934).

Na hun huwelijk vestigde het echtpaar zich in Rijswijk. Hun eerste adres was de Stadhoudersstraat 19, waar hun dochter Bertha Roosje werd geboren. Later verhuisden zij naar de Kerklaan, waar Antonie de woon-winkelpanden op nummer 122 en 124 kocht. Dit blijkt uit het rapport De houding van de gemeente Rijswijk ten aanzien van Joods onroerend goed tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. In deze periode werd ook hun jongste dochter, Roosje, geboren.

In 1928 verhuisde het gezin opnieuw, ditmaal naar de Herenstraat 9B. Uit een krantenadvertentie blijkt dat Antonie zich profileerde als de ‘eenigste Joodsche winkelier in dames- en heerenmodeartikelen in Rijswijk’. In 1936 verhuisde het gezin naar de Lindelaan 23.

Hendelina West-Brommet overleed in het eerste jaar van de bezetting, al in september 1940. Antonie bleef achter met de kinderen Bertha Roosje en Roosje.

Antonie had in de loop der jaren verschillende beroepen. Bij zijn huwelijk stond hij geregistreerd als slager, later bleek hij winkelier. Op een latere persoonskaart wordt hij vermeld als paraplureparateur. Mogelijk was dit laatste beroep een manier om tijdens de steeds moeilijker wordende omstandigheden in de jaren van de bezetting in zijn levensonderhoud te voorzien.

Zijn dochter Bertha Roosje werkte vóór de bezetting als kantoorbediende bij de Girodienst, een onderdeel van de PTT.

Over de gebeurtenissen die Antonie West en zijn dochters tijdens de Duitse bezetting hebben meegemaakt, is weinig bekend. Een deel van de informatie is terug te vinden in de dagrapporten van de Rijswijkse politie.

Op 23 september 1942 vermeldde het politiedagrapport dat de Sicherheitspolizei aan de Nieuwe Parklaan 74 in Den Haag had meegedeeld dat Bertha Roosje West de volgende ochtend omstreeks tien uur moest worden gebracht. De melding luidde: ‘De Sicherheitspolizei aan de Nieuwe Parklaan 74 den Haag deelt mede, dat morgenochtend ong. 10 uur moet worden gebracht B.R. West, Lindelaan 23’.

Waarom Bertha Roosje zich bij de Duitse politie moest, is niet bekend. Ook is niet duidelijk wanneer Antonie en zijn beide dochters in kamp Westerbork werden geregistreerd.

Op 6 november 1942 meldde het politiedagrapport van acht uur dat de woning van A. West aan de Lindelaan 23 was verzegeld. Vier dagen later, op 10 november 1942, werden Antonie en zijn dochters vanuit Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Zij werden daar vermoord.

In het archief van kamp Westerbork zijn drie foto's van het gezin bewaard gebleven. De eerste foto dateert uit 1921 en is gemaakt ter gelegenheid van het huwelijk van Antonie en Hendelina. De tweede foto, uit 1923, toont Bertha Roosje op éénjarige leeftijd. De derde foto werd in 1926 gemaakt ter gelegenheid van haar vierde verjaardag.

 

Ongeveer een week vóór de deportatie was het beheer over Antonies panden aan de Kerklaan 122 en 124 al overgenomen door de Niederländische Grundstücksverwaltung (NGV). Deze instelling hield zich tijdens de bezetting bezig met het beheer en de verkoop van onroerend goed van Joodse eigenaren.

Bijna een maand na de deportatie werd Antonie West opnieuw genoemd in een politierapport. Op 8 december 1942 om 11.30 uur werd genoteerd: ‘Medegedeeld werd, dat in de woning van de jood Anthonie West drie personen door een raam naar binnen waren gegaan. Vermoed wordt, dat onbevoegden zich toegang tot de woning hebben verschaft. Bij een onmiddellijk ingesteld onderzoek bleken bedoelde personen van de Sicherheitspolizei te zijn.’

Waarom de Sicherheitspolizei op dat moment de woning binnenging, blijkt niet uit het rapport.

Na de oorlog trad Antonies jongste broer Salomon West op als bewindvoerder voor zijn broer. Salomon, die Maurits als roepnaam had, was in september 1945 vanuit Engeland naar Nederland gerepatrieerd. In diezelfde maand liet hij zijn voornaam officieel veranderen in Maurits. Maurits West was notaris in Amsterdam.

Antonie had verschillende bezittingen nagelaten, waaronder een effectenportefeuille, levensverzekeringen en de panden aan de Kerklaan 122 en 124. De afwikkeling van zijn nalatenschap en het herstel van de eigendomsrechten namen jaren in beslag. Het beheer werd in 1953 beëindigd.

Toch was de afwikkeling daarmee nog niet volledig afgerond. In 1955 bleek dat Antonie in 1942 een bedrag van 4.000 gulden in bewaring had gegeven bij arts W.C.M. Klasens, die woonde aan de Haagweg 120 in Rijswijk. Dit bedrag werd alsnog aan Maurits West overhandigd.

Dankzij de bewaard gebleven foto’s, politierapporten en het beheersdossier weten we iets over het leven van het gezin West-Brommet  en de gebeurtenissen die aan de deportatie van Antonie West en zijn dochters voorafgingen. Veel over wat zij in die periode hebben meegemaakt, is echter onbekend gebleven.

 

Onthulling struikelstenen op 17 oktober 2026 door Gunter Demnig en huidige bewoner

Lees meer over de familie West-Brommet





Achter elke steen schuilt een verhaal