Struikelstenen | Penninglaan 52

Penninglaan 52



Stolperstein geplaatst op 25 november 2021

Naam Geboren Omgekomen
Frankenhuis-Maas, Jetje Eibergen, 20.06.1878 Auschwitz, 29.10.1942

 

Jetje Maas werd op 20 juni 1878 geboren in Eibergen als vierde kind en derde dochter van slager Abraham Maas (1833–1907) en Berendina Frankenhuis (1838–1920). Na haar werd nog een dochter geboren.

In 1902 trouwde zij op 24-jarige leeftijd met de 6 jaar oudere Samson Frankenhuis (1872 – 1938), koopman te Haaksbergen. Het gezin ging in Haaksbergen wonen en kreeg twee zonen, Dinant Joseph (1903 – 1944) en Abraham Adolph (1905 – 1957).

In 1919 verhuisde het gezin naar Den Haag, waar zij aan de Broekhorststraat gingen wonen. Enkele jaren later volgde een verhuizing naar Rijswijk. Begin 1928 woonde het gezin aan de Tulpstraat. Zoon Abraham was toen al vertrokken naar Nederlands-Indië.

Samson, ook wel Sally genoemd, was niet alleen koopman in manufacturen, maar ook actief als reisleider en imker. Hij bekleedde een functie in het hoofdbestuur van de Vereniging tot Bevordering der Bijenteelt. In 1928 combineerde hij zijn interesses door als reisleider een groep 'bijenvrienden' naar Zwitserland te begeleiden, waar verschillende bijenstanden werden bezocht.

1930 Samson, Jetje en zoon Dinant op rondreis in België

In 1931 maakte Samson op succesvolle wijze reclame voor bijenteelt in het Warenhuis in Den Haag. Met zogenaamde 'schrijvende bijen' wist hij veel bekijks te trekken. Daarnaast was hij de bedenker van de 'Esef'-wassmelter, een apparaat voor de verwerking van bijenwas.

Weer wat later verhuisden Samson en Jetje naar een ander woning in Rijswijk, nu aan de Bilderdijklaan. Zoon Dinant huwde datzelfde jaar met Mietje van Praagh, een dochter van Esther en Isaac van Praagh – van Praagh. Dit gezin ging wonen aan de Caan van Necklaan in Rijswijk.

In augustus 1934 keerde zoon Abraham voor zes maanden terug uit Batavia, waar hij werkzaam was bij de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij (KPM), een rederij die scheepvaartverbindingen onderhield binnen Nederlands-Indië. Na zijn terugkeer naar Batavia trouwde hij op 2 mei 1935 met Adriana van der Made.

Samson Frankenhuis overleed op 65-jarige leeftijd en werd begraven op de Israëlische begraafplaats in Wassenaar. Na zijn overlijden verkocht Jetje de “Esef”-wassmelter en verhuisde een jaar later naar een pension aan de Mauritslaan 58. In april 1939 verkocht zij vanuit dit adres de volledige bijenstand van haar man, inclusief toebehoren.

Na het uitbreken van de oorlog in mei 1940 verhuisde zij weer, nu naar kamers aan de Penninglaan 52.

Op 24 oktober 1942 werd Jetje Frankenhuis-Maas naar Westerbork gedeporteerd. Twee dagen later volgde transport naar Auschwitz, waar zij bij aankomst werd vermoord. Enkele dagen later werd een inventarislijst van haar bezittingen opgesteld, haar eigendommen werden in beslag genomen en verkocht.

Haar zoon Dinant, met vrouw en kinderen overleefden de oorlog ook niet.

Zoon Abraham overleefde de oorlog in Japanse interneringskampen. Na de oorlog werd hij directeur van een scheepvaartmaatschappij in Singapore. In november 1956 vestigde hij zich aan de Badhuisweg in Scheveningen, waar hij ruim een jaar later overleed.

 

1938 juli, Bilderdijklaan16

 

1939 april, Mauritslaan 58, pension

 



Achter elke steen schuilt een verhaal