
| Naam | Geboren | Omgekomen |
| Kooperberg, Abraham Jacob | Raamsdonkveer, 14.08.1896 | Wiesau, 30.04.1944 |
| Kooperberg-Sinn, Else Sophie | Göppingen (D), 17.03.1904 | Auschwitz, 19.10.1942 |
| Kooperberg, Theo | Den Haag, 28.04.1930 | Auschwitz, 19.10.1942 |
| Kooperberg, Bethrina | Den Haag, 02.12.1931 | Auschwitz, 19.10.1942 |
Abraham Jacob Kooperberg, roepnaam Bram, werd op 14 augustus 1896 geboren in Raamsdonkveer. Hij groeide op in een gezin met zes kinderen, twee oudere zussen en drie broers. Slechts één van zijn broers overleefde de Holocaust.
In 1927 vestigde Bram zich in Rijswijk. Hij was werktuigkundige en eigenaar van een technisch bureau, dat hij voortzette onder de naam “Kooperberg, voorheen H.J. van Loon en Co.” Bram Kooperberg was een liberaal Jood. Daarnaast was hij actief binnen de vrijmetselarij. In 1932 werd hij aangenomen als leerling-vrijmetselaar bij loge Silentium in Delft, en in 1936 bereikte hij de graad van meester-vrijmetselaar.
Op 24 december 1928 trouwde Bram in het Duitse Göppingen met Else Sinn, geboren op 17 maart 1904. Samen kregen zij twee kinderen, zoon Theodor (Theo), geboren op 28 april 1930, en dochter Bethrina (Bea), geboren op 2 december 1931. Na enkele verhuizingen binnen Rijswijk betrok het gezin in 1934 een woning aan de Oranjelaan 40.

Familie Kooperberg, van links naar rechts: Abraham, Else, onbekend, Theo, Bethrina en onbekend (foto: privéarchief J.F. van Gils).
Else’s broer Alfred Sinn wist in 1936 naar de Verenigde Staten te vluchten. Haar moeder, Lotte Sinn-Dreifuss, bleef in Göppingen achter en maakte plannen om naar Nederland te komen. Bram ging ervan uit dat Nederland, net als tijdens de Eerste Wereldoorlog, neutraal zou blijven en voelde zich daarom veilig. Het grootste deel van Lotte’s bezittingen werd vooruitgestuurd, maar bereikte Nederland nooit. Ook zijzelf wist niet te ontkomen. In december 1941 werd zij gedeporteerd en in maart 1942 in Riga vermoord.
In Rijswijk werd Bram in 1942 opgeroepen voor tewerkstelling in een Joods werkkamp. Hij verbleef vermoedelijk van augustus tot begin oktober in kamp Beugelen bij Staphorst. Vanuit daar schreef hij nog een brief naar een goede vriend in Voorburg, die in de familie bewaard bleef.
Op 3 oktober 1942 werden alle werkkampen ontruimd en werden de mannen overgebracht naar Westerbork. Tegelijkertijd werden ook hun vrouwen en kinderen opgepakt en naar dit kamp gedeporteerd. Het huis aan de Oranjelaan werd verzegeld.
Het gezin Kooperberg-Sinn werd op 4 oktober 1942 in Westerbork geregistreerd. Op 16 oktober volgde deportatie naar Auschwitz. Onderweg werd de trein waarin Bram zat in Cosel gestopt. Hij werd daar geselecteerd voor dwangarbeid en overgebracht naar het Durchgangslager Sakrau bij Wiesau in Neder-Silezië. Daar kwam hij op een onbekende datum, maar voor 30 april 1944, om het leven.
Else en de kinderen werden doorgestuurd naar Auschwitz-Birkenau en direct na aankomst op 19 oktober 1942 vermoord.
Na hun deportatie stond de woning aan de Oranjelaan enige tijd leeg, waarna deze in gebruik werd genomen door Duitse organisaties. Ook Kooperbergs drie woningen aan de Huis ter Hoornkade (31-32-33) werden tijdens de oorlog verkocht.
In de jaren tachtig werd de even zijde van de Oranjelaan omgenummerd. De voormalige woning op nummer 40 kreeg toen het huidige adres Oranjelaan 76.
Ter nagedachtenis aan het gezin Kooperberg-Sinn werden op 12 oktober 2023 struikelstenen geplaatst bij hun voormalige woning. Dit gebeurde op initiatief van de Stichting Zikaron, die zich inzet voor de herdenking van Joodse slachtoffers met een vrijmetselaarsachtergrond.
