
| Naam | Geboren | Omgekomen |
| Kisch, Edgar | Wenen (A), 31.07.1891 | Sobibor, 28.05.1943 |
| Kisch-Siebenschein, Edith | Kwassitz (A), 07.11.1898 | Sobibor, 28.05.1943 |
Edgar Kisch werd in 1891 in Wenen geboren als oudste zoon van Alfred Kisch en Emma Kisch-Kraus, in een gezin dat uiteindelijk vijf kinderen telde. Vader Alfred werkte als vertegenwoordiger bij een papierfabriek.
Edgar had een duidelijk artistiek talent en werd modeontwerper. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werkte hij in Parijs, waar hij vijf jaar bleef wonen. Na zijn terugkeer in Wenen trouwde hij in 1926 met Edith Siebenschein, geboren in 1898 in Kwassitz. Zij was een dochter van Adolf Siebenschein en Johanna Siebenschein-Loth. In 1927 werd hun zoon Peter geboren.
Na de Anschluss van Oostenrijk door nazi-Duitsland in maart 1938 verslechterde de situatie voor Joodse Oostenrijkers snel. Edgar werkte op dat moment als zelfstandig handelaar in papier, papierwaren en kunstnijverheidsartikelen, maar verloor door anti-Joodse maatregelen zijn werk en inkomen. Zijn broers Ernst en Walter werden in mei 1938 gearresteerd en via Dachau naar concentratiekamp Buchenwald gedeporteerd.
Edgar probeerde te emigreren en gaf in een aanvraag aan bij voorkeur naar Australië of de Verenigde Staten te willen vertrekken. Hun zoon Peter werd met een kindertransport naar Engeland gebracht. Waarschijnlijk reisde Edith mee als begeleider, maar zij mocht daar niet blijven.
In december 1938 ontving Edgar een pas en uitreispapieren. Begin 1939 vertrok hij naar Nederland. Hij kreeg een werkvergunning en ging werken bij de N.V. ESVEHA, een fabriek voor kantoorartikelen aan de Rijswijkseweg in Den Haag.
Edith volgde later dat jaar. Samen gingen zij in Rijswijk wonen, aan de Prins Hendriklaan 12, in een pension.
Het verblijf van Edgar en Edith in Rijswijk duurde echter niet lang. Omdat Rijswijk binnen het door de bezetter gecontroleerde kustgebied viel, moesten buitenlandse Joden vertrekken. In oktober 1940 verhuisden Edgar en Edith naar Zeist.
Op 22 oktober 1940 werden zij daar ingeschreven op het adres Vijverlaan 9. Twee jaar later moesten ook daar Joodse inwoners vertrekken en werden zij gedwongen naar Amsterdam te verhuizen.
In Amsterdam verbleven zij nog enkele maanden samen in een woning aan de Sarphatistraat, die tijdens de bezetting tijdelijk Muiderschans werd genoemd. Daarna volgde deportatie naar Westerbork. Vijf dagen later werden zij op transport gesteld naar Sobibor.
Op 28 mei 1943 werden Edgar en Edith direct na aankomst vermoord.
Hun zoon Peter overleefde de oorlog. Later bouwde hij in de Verenigde Staten een nieuw leven op. Daarmee liep de geschiedenis van deze familie niet helemaal dood.
N.V. ESVEHA Rijswijkseweg, Den Haag 1940 (foto H.A.W. Douwes)