
| Naam | Geboren | Omgekomen |
| Goudsmid, Simon | Kampen, 14.05.1889 | Auschwitz, 28.2.1943 |
| Goudsmid-Simons, Alida | Antwerpen (B), 08.01.1888 | Auschwitz, 05.11.1942 |
| Goudsmid, Rebekka | Den Haag, 20.01.1919 | Auschwitz, 31.10.1944 |
| Goudsmid, Herman | 1923 | 2004 |
Simon Goudsmid en Alida "Ida" Goudsmid-Simons vestigden zich in 1931 met hun kinderen aan de Regentesselaan 20 in Rijswijk. Simon was handelaar in kalfsvlees en reisde voor zijn werk regelmatig tussen Zwolle, Den Haag en Rotterdam.
Alida Simons groeide op als dochter van een banketbakker in Antwerpen. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vluchtte zij in 1914 naar Nederland. In Den Haag ontmoette zij Simon Goudsmid. Zij trouwden en kregen twee kinderen, dochter Rebekka "Beppie" en zoon Herman. Alida had een grote liefde voor muziek en verzamelde bladmuziek, met een bijzondere voorkeur voor het Franse chanson.
familie Goudsmid
Na de eerste razzia's besloot Simon dat zijn kinderen moesten onderduiken. Op 27 oktober 1942 bracht hij zijn 19-jarige zoon Herman vervroegd onder in Den Haag. Herman vertrok die avond met slechts een koffer en enkele persoonlijke bezittingen. Het bleek een definitief afscheid van zijn ouders.
In de nacht van 28 op 29 oktober 1942 werden Simon en Ida tijdens een inval van de Grüne Polizei gearresteerd en naar Kamp Westerbork gebracht. Op 2 november volgde hun deportatie naar Auschwitz. Tijdens een tussenstop in Cosel werden de mannen geselecteerd voor dwangarbeid. Simon werd overgebracht naar het werkkamp Blechhammer, waar onder zware omstandigheden synthetische benzine uit steenkool werd geproduceerd. Ida werd direct na aankomst in Auschwitz vermoord. Nadat Simon ziek was geworden, werd ook hij op 28 februari 1943 in Auschwitz vermoord.
Rebekka werkte vóór de oorlog als beroepsfotograaf voor de Haagse editie van De Telegraaf. Tijdens de bezetting dook zij onder op verschillende adressen, onder meer in Den Haag, Delft en op de Zuid-Hollandse eilanden. In 1944 reisde zij, ondanks waarschuwingen dat haar persoonsbewijs ongeldig was, per trein terug richting Delft. Tijdens deze reis werd zij gearresteerd en naar Westerbork gebracht. Met een van de laatste transporten werd zij naar Auschwitz gedeporteerd, waar zij op 31 oktober 1944 werd vermoord.
Herman overleefde de oorlog in de onderduik. Hij verbleef op verschillende adressen in Den Haag en vond uiteindelijk een relatief vaste schuilplaats bij "tante Mies" aan de Groenteweg. Daar bleef hij tot de bevrijding op 5 mei 1945.
Een dag later keerde Herman terug naar zijn ouderlijk huis in Rijswijk, niet wetende dat zijn ouders en zus waren vermoord. Tijdens de oorlog was de woning via een door de bezetter aangestelde beheerder verkocht aan een nieuwe eigenaar. Pas in 1946 kon Herman het huis weer betrekken. Na een langdurige juridische procedure wist hij de woning in 1950 definitief terug te kopen.
Op 29 oktober 2023, precies 81 jaar na de arrestatie van Simon en Ida, liet Hermans zoon Simon struikelstenen plaatsen voor zijn familie bij de voormalige gezinswoning aan de Regentesselaan 20.
Ook in Kampen, aan de Venestraat, liggen voor het ouderlijk huis van Simon en zijn broer Levie Goudsmid (Broekslootkade 79) struikelstenen die aan beide broers herinneren.
Bron en verdere lezing
In de Nieuwsbrief Sociëteit Amicitia (2023/05) is een uitgebreid verslag opgenomen van de plaatsing van de struikelstenen.