Struikelstenen | Haagweg 155

Haagweg 155



Stolpersteine geplaatst op 3 september 2026

Naam Geboren Omgekomen
Preger-Swaan, Naatje Den Haag, 09.04.1880 Auschwitz, 26.02.1943
Preger, Levie Den Haag, 11.07.1906 Auschwitz, november 1942- mei 1945
Swaan, Anna Antwerpen, 12.03.1925 Auschwitz, 26.02.1943

 

Naatje Swaan werd in 1880 geboren in Den Haag.  Zij was het tweede kind van Nathan Swaan en Helena Bloemkoper. Toen Naatje 25 jaar oud was trouwde zij met Benedictus Preger, afkomstig uit Rotterdam. Zij gingen in Den Haag wonen, waar een jaar later hun enige zoon Levie werd geboren, die ook Loe werd genoemd.

Naatje en Benedictus Preger begonnen samen in Den Haag een Crediet-Magazijn met de naam ‘het Anker’, een winkel waar meubels en huisraad op afbetaling werden verkocht. De onderneming groeide en breidde zich uit naar het naastgelegen pand. Zij bezaten daarnaast nog meer panden in Den Haag.

Levie runde samen met zijn oom Antoon Swaan het warenhuis VIVA in Den Haag. Dit was ook een crediet-magazijn, waar je op afbetaling kon kopen.

In 1928 verhuisde het driekoppige gezin naar Haagweg 155 in Rijswijk. Levie trouwde in 1934 met Roosje Norden. Zij kregen een dochter, Annie. Het huwelijk van Levie en Roosje hield geen stand. Levie ging weer bij zijn ouders wonen en dochter Annie verhuisde met haar moeder naar Amsterdam. De scheiding van tafel en bed werd in 1937 bevestigd.

In 1936 stierf Benedictus en werd Naatje weduwe. In 1939 nam Naatje ook haar veertienjarige nichtje Anna Swaan in huis. De moeder van Anna was net het jaar daarvoor overleden.

Tijdens de bezetting kregen Naatje en haar familie te maken met uitsluiting en onteigening. Al in oktober 1940 verscheen een krantenartikel in 'Het nationale dagblad ‘voor het Nederlandsche volk’ met de kop “De gemaskeerde Jood”. In dit artikel werden Naatje Preger-Swaan en haar zoon Levie nadrukkelijk genoemd en in zeer negatief daglicht gesteld.

De woning aan de Haagweg 155, die eigendom was van de familie, werd op 3 maart 1942 onteigend. De plaatselijke leider van de NSB had grote belangstelling voor de woning. Terwijl Naatje er nog woonde, probeerde hij achter haar rug te regelen dat de telefoonaansluiting behouden zou blijven wanneer hij de woning zou betrekken.

In juli 1942 moesten Naatje, haar zoon Levie en haar nichtje Anna de woning verlaten. Zij verhuisden naar kamers aan de Jan Blankenstraat in Den Haag.

Naatje probeerde een deel van haar bezittingen ergens onder te brengen. Perzische tapijten en servies bracht zij onder bij buren aan de Haagweg. Haar meubels gaf zij in bewaring bij een opslaghouder in Den Haag.
Deze opslaghouder verkocht de inboedel zonder haar toestemming.

Levie trok vervolgens in bij een vriendin aan het Rijswijkscheplein. Daar bewaarde hij ook een geldkistje en de bontmantels van zijn moeder.

In oktober 1942 werd Levie gearresteerd. Via Westerbork werd hij naar Auschwitz gedeporteerd. Wanneer hij precies vermoord werd is niet bekend. Op zijn overlijdensakte staat dat hij vermoedelijk is overleden tussen de datum van zijn deportatie, 10 oktober 1942, en de capitulatie van het Duitse leger in mei 1945. We weten wel dat de trein in Cosel stopte, en gezien zijn leeftijd zal hij tot de groep mannen behoren die daar uit de trein werden gehaald en als dwangarbeider te werk werden gesteld. De meeste van deze jongemannen kwamen om door ondervoeding, uitputting, mishandeling, moord en dodenmarsen.

Naatje werd in februari 1943 in Westerbork geregistreerd. Haar nichtje Anna was al eerder gearresteerd en overgebracht naar Westerbork. Als laatste woonadres staat op Naatjes registratiekaart het Ziekenhuis Zuidwal vermeld.
Enkele dagen later werden Naatje en haar nichtje Anna met nog 1100 andere gedeporteerden op transport gesteld naar Auschwitz en kort daarop vermoord.  

Levie’s dochter Annie werd eveneens gedeporteerd en op 21 mei 1943 in Sobibor vermoord, slechts 10 jaar oud. De enige van dit gezin die de oorlog overleefde was Roosje Norden, de ex-vrouw van Levie, moeder van Annie.

Na de oorlog werd Levie Preger, een neef van Benedictus Preger en de echtgenoot van een zus van Naatje, aangesteld als bewindvoerder. In 1950 werd het overlijden van Naatje en haar zoon Levie officieel vastgesteld en kon de verklaring van erfrecht worden opgesteld. Roosje Norden bleek de enige erfgename en daarmee de rechthebbende op het vermogen.

De woning aan de Haagweg stond echter na de oorlog onder beheer van de Staat en werd inmiddels gebruikt door de Afdeling Beheer van de Raad voor het Rechtsherstel. Pas in 1953 vond het rechtsherstel plaats en kreeg Roosje Norden het pand in eigendom waarop zij de woning kon verkopen.

Lees meer over Anna Swaan

Lees meer over Levie Preger

 

Op 3 september werden struikelstenen onthuld in aanwezigheid van een kleinzoon van Sara Preger-Swaan, een zus van Naatje Preger-Swaan.

 

 





Achter elke steen schuilt een verhaal