
| Naam | Geboren | Omgekomen |
| Levie, Levie | Delft, 01.03.1916 | Sobibor, 09.07.1943 |
| Levie-de Beer, Ganna | Heenvliet, 06.09.1917 | Sobibor, 09.07.1943 |
Ganna de Beer groeide op in een gezin met vier kinderen. Ze had twee broers en een tweelingzus. Levie Levie, die Leo werd genoemd, groeide op met een broer en drie zussen.
Beiden kwamen uit families waarin het slagersvak al generaties lang werd uitgeoefend. Ook Leo werkte als slager. Ganna had een ander beroep: zij was kantoorbediende. Ze kon niet alleen typen, maar ook administratieve gegevens verwerken met Hollerith-ponskaarten en een mechanische rekenmachine van het merk Burroughs. Deze vaardigheden staan vermeld op haar kaart in de cartotheek van de Joodse Raad.

Ganna en Leo vonden elkaar en besloten samen verder te gaan. Op 8 oktober 1940 trouwden zij in Oss, waar Ganna woonde en haar vader een slagerij had.
Na hun huwelijk gingen zij wonen aan het Hoflandplein 9 in Den Haag, waarschijnlijk boven de slagerij die daar gevestigd was. De winkel maakte deel uit van de slagersketen `Vleeschhouwerij Modern`.
Vanaf september 1942 werkten Ganna en Leo allebei aan de Paviljoensgracht in Den Haag. Ganna werkte er als kookster en Leo als kok. Voor de oorlog was op deze locatie een Joods tehuis gevestigd. Tijdens de bezetting werd het een verzamelplaats voor Joden die in Den Haag en omgeving waren opgepakt. Vanuit hier werden zij naar station Staatsspoor gebracht, het huidige station Den Haag Centraal, om vervolgens naar doorgangskamp Westerbork te worden gedeporteerd.
Eind 1942 trokken Ganna en Leo in bij Louis Walg en Dina Cohen aan de Julianastraat (omgedoopt tot Juliana van Stolbergstraat tijdens de Duitse bezetting). Ganna en Dina kenden elkaar goed: hun moeders, Antje en Hester Levie, waren zussen.
Lang konden zij daar niet blijven. In april 1943 werd bekendgemaakt dat Joden niet langer in de provincies Zuid-Holland en Zeeland mochten wonen. Zij moesten zich melden in kamp Vught of kamp Westerbork.
Ganna en Leo werden samen met het gezin Walg-Cohen opgepakt en naar kamp Vught gebracht.
Kamp Vught was het enige Nederlandse concentratiekamp dat naar Duits model was ingericht. Het kamp had houten barakken, een dubbele omheining van betonnen palen met prikkeldraad onder hoogspanning, een diepe gracht en om de honderd meter een bemande wachttoren. De inrichting was een kopie van die van Duitse concentratiekampen. Zowel de leiding als de bewakers bestond uit Duitse SS’ers. De gevangenen droegen blauw-wit gestreepte kleding en klompen, zonder jas.
Leo en Louis Walg werden tewerkgesteld in het buitenkamp Moerdijk. Per trein reisden zij naar station Lage Zwaluwe. Vanaf daar moesten zij te voet naar hun verblijfplaats, de scheepsbarakken aan de Moerdijkse kade. Daar moesten zij tankgrachten uitgraven bij de Moerdijkbrug.
Op 2 juli 1943 werden Ganna en Leo samen met Louis Walg overgebracht naar kamp Westerbork. Slechts drie dagen later, op 6 juli 1943, werden Ganna en Leo gedeporteerd naar Sobibor. Daar werden zij vermoord.
Geen van Leo’s ouders, zijn broer of zijn zussen overleefde de oorlog. Ook Ganna verloor haar naaste familie tijdens de Holocaust.
Dankzij de kinderen van haar oom Mozes de Beer die de oorlog overleefde, onder wie haar neef David Hartog en haar nicht Ganny, konden familieleden worden opgespoord. Zij hebben toestemming gegeven voor het plaatsen van struikelstenen voor Ganna en Leo.
Ganna en Leo hebben maar korte tijd aan de Julianastraat gewoond. Toch is ook deze plek onderdeel van hun levensverhaal. Hier verbleven zij bij familie, voordat zij werden opgepakt, gedeporteerd en vermoord.