
| Naam | Geboren | Omgekomen |
| Polak, Maurits | Den Haag, 04.05.1908 | Midden-Europa, 31.03.1944 |
| Polak-Mendels, Clara Eva | Groenlo, 06.02.1914 | Auschwitz, 03.09.1943 |
| Polak, Isaac Maurits | Den Haag, 11.04.1939 | Auschwitz, 03.09.1943 |
Tijdens de oorlog woonde aan de Julianastraat in Rijswijk de familie Mogendorff-Mogendorff. Het gezin was in januari 1940 vanuit Groenlo naar Rijswijk verhuisd. Het bestond uit Meijer Maurits Mogendorff, zijn vrouw Suze Mogendorff en hun kinderen Jeannette, Hans, Miep en Ellij.
In november 1942 kregen zij onverwacht het gezin Polak-Mendels uit Den Haag in huis.
Maurits Polak werd in 1908 in Den Haag geboren. Hij was een van de zeven kinderen van Isaac Polak en Hendrica Prins. Zijn vader werkte als ambtenaar bij het Nederlandsch-Israëlietisch Kerkgenootschap, de overkoepelende organisatie van Joodse gemeenten in Nederland. In 1938 trouwde Maurits met Clara Eva Mendels, die afkomstig was uit Groenlo. Clara was de jongste dochter van Israël Mendels en Aleida Hamburger. Haar zus Betje werd "Bep" genoemd en haar broer Emanuel "Mannie".
Na hun huwelijk gingen Maurits en Clara in Den Haag wonen, aan de van Lansbergestraat 85 in de wijk Bezuidenhout. Daar werd hun zoon Isaac Maurits geboren. Maurits werkte als boekhouder. Tijdens de oorlog werkte hij voor de Joodse Raad als lid van de inkoopcommissie. Deze functie bood hem geen vrijstelling van deportatie, een zogenaamde Sperre.

Maurits, Clara en hun jonge zoon moesten hun woning in Den Haag plotseling verlaten. Waarom, is niet bekend. Het gezin vond onderdak bij de familie Mogendorff aan de Julianastraat 55 in Rijswijk.
Zowel de familie Mendels als de familie Mogendorff had haar wortels in Groenlo. Clara kende de familie Mogendorff daardoor al. Bovendien was een broer van haar vader getrouwd met een zus van Meijer Mogendorff.
Miep Mogendorff was toen 17 jaar oud. In een brief van 17 november 1942 schreef zij aan een vriendin: “Wij hebben op ’t ogenblik een huishouding van 9 personen. Een man, vrouw en een jongetje van 3 jaar hebben we thuis. Ze moesten binnen een uur het huis uit zijn. Ellij en ik slapen nu beneden in de achterkamer.”
Zo woonden de negen mensen samen aan de Julianastraat, totdat in de nacht van 20 op 21 februari 1943 de bewoners uit hun huis werden gehaald. Maurits, Clara en hun zoon Isaac werden samen met de familie Mogendorff gearresteerd en naar Westerbork gebracht. Op 22 februari 1943 werden zij daar geregistreerd en ondergebracht in barak 72.
Voor de familie Mogendorff volgde korte tijd later deportatie. Op 2 maart 1943 werden zij vanuit Westerbork naar Sobibor gedeporteerd.
Het gezin Polak-Mendels bleef langer in Westerbork. Op 31 augustus 1943, de verjaardag van koningin Wilhelmina, werden Maurits, Clara en Isaac met het 71e transport vanuit Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Het transport bestond uit dertig goederenwagons en één personenwagon voor de Duitse politie.
In Auschwitz werden Clara en Isaac op 3 september 1943 vermoord. Maurits werd geselecteerd voor dwangarbeid. Zijn geschatte overlijdensdatum is 31 maart 1944. Als plaats van overlijden wordt Midden-Europa vermeld.
De familie Mogendorff was afkomstig uit Groenlo. Omdat alle gezinsleden daar waren geboren en opgegroeid, werden in 2013 bij hun voormalige woning in Groenlo struikelstenen voor hen gelegd.
Op 25 september 2026 volgden in Rijswijk struikelstenen voor Maurits Polak, Clara Eva Mendels en hun zoon Isaac Maurits. Hiervoor was toestemming verkregen van een dochter van Clara’s broer Emanuel en een dochter van een nicht van Clara.
Hoewel zij hier maar korte tijd woonden, is ook deze plek onderdeel van hun geschiedenis.